Wat drijft je?
Weet jij al goed wat je écht motiveert om je familiegeschiedenis te onderzoeken? Deze vraag stellen we aan deelnemers tijdens de workshop. Het lijkt misschien een eenvoudige vraag, maar mensen zijn toch wel even aan het puzzelen met de acht kaartjes met uitspraken over drijfveren die ze voor zich hebben.

Waar helpt het je bij?
Waarom is dit zo’n goede vraag om te stellen als je onderzoek doet naar je familiegeschiedenis? De vraag geeft je iets meer afstand van je project waardoor je beter ziet wat je motiveert om de archieven in te duiken om een beeld te krijgen van je familieverleden. Het helpt ook om nieuwe vragen te stellen die richting geven aan je familieonderzoek, zoals ‘voor wie doe ik dit eigenlijk?’.
De puzzel kan je thuis ook leggen, als je dat interessant vindt. De kaartjes kan je printen en uitknippen. Zo kan je meteen aan de slag.
Aan de slag
- Leg de kaartjes op volgorde. Bovenaan leg je de drijfveren die je het meest herkent bij jezelf, onderaan de uitspraken die je minder herkent.
- Neem de bovenste drie kaartjes nog eens beter onder de loep. Leg schrijvend per kaartje uit waarom dit een van je drijfveren is en op welk moment jij je voor het eerst bewust werd van dit motief. Noteer over dit moment: wie, wat, waar, wanneer én een opvallend detail.
- Schrijf tot slot op welk inzicht je hebt gekregen over je familieonderzoek en over je drijfveren door het doen van deze werkvorm. Nu heb je een bouwsteen voor je verhaal!
Tip: maak een blanco kaartje voor een eigen drijfveer als die er niet bij zit.
Wil je meer bouwstenen voor je verhaal maken? Kijk dan eens bij onze cursus.